Een zoutwaterzwembad is bij aanschaf duurder dan een gewoon chloorbad. Daar staat tegenover dat je in het gebruik minder kwijt bent aan chemie. Maar hoeveel scheelt dat nu echt op jaarbasis? In dit artikel zetten we alle kostenposten op een rij, met richtbedragen waar je iets aan hebt.
In het kort
Je leest hier uit welke posten de jaarlijkse kosten van een zoutwaterzwembad bestaan. Je ziet wat het zout kost, hoeveel stroom de pomp en de zoutcel gebruiken en waarom de cel zelf de post is die de meeste mensen vergeten. Daarna volgt een overzicht met richtbedragen per jaar. Tot slot lees je hoe een zoutbad zich verhoudt tot een klassiek chloorbad en waar je het makkelijkst bespaart. Alle bedragen zijn indicaties, want je werkelijke kosten hangen af van de grootte van je bad, je stroomtarief en hoelang je pomp draait.
Waar we mee rekenen
Kosten van een zwembad zeggen weinig zonder uitgangspunten. Daarom rekenen we hier met een bad van ongeveer 40.000 liter, een zwemseizoen van een maand of zes en een filterpomp die in die periode gemiddeld acht uur per dag draait. Voor stroom houden we ongeveer 30 cent per kilowattuur aan. Heb je een kleiner bad, of draait je pomp korter, dan vallen de bedragen lager uit.
Het zout zelf is de kleinste post
De grootste zoutaankoop doe je maar één keer, namelijk als je het bad vult. Bij vier gram per liter heb je in een bad van 40.000 liter ongeveer 160 kilo nodig. Dat klinkt als veel, maar zout is goedkoop en het gaat lang mee.
Zout verdwijnt namelijk niet uit je water. Het wordt in de cel omgezet in chloor en verandert daarna weer terug in zout. Je vult dus alleen bij wat je echt kwijtraakt, bijvoorbeeld door spatten, door het terugspoelen van je filter of doordat het bad overloopt na een flinke bui. In de praktijk gaat het om zo’n 20 tot 40 kilo per jaar. Zout voor in een zwembad koop je meestal in zakken van 25 kilo, en in geld praat je daarmee over een paar tientjes per jaar. Let er wel op dat je zuiver zout zonder toevoegingen gebruikt, want keukenzout en strooizout horen niet thuis in een zwembad.
Stroom is veruit de grootste post
Wat veel mensen verrast: niet de chemie, maar de elektriciteit bepaalt je jaarrekening. En de grootste verbruiker is de filterpomp, niet de zoutcel. Een gangbare pomp gebruikt tussen de 500 en 1.000 watt. Draait die acht uur per dag gedurende een half jaar, dan kom je op ongeveer 200 tot 400 euro per seizoen. Een pomp met variabel toerental kan daar fors onder blijven, omdat hij langer maar met veel minder vermogen draait.
De zoutcel zelf valt mee. Zo’n cel gebruikt tijdens het produceren meestal 100 tot 250 watt. Over een heel seizoen betekent dat ongeveer 40 tot 110 euro. Bovendien draait de cel alleen als er water doorheen stroomt, dus zodra je pomp stilstaat, verbruikt hij niets.
De zoutcel is de post die iedereen vergeet
Een zoutcel slijt. De platen in de cel doen het zware werk en verliezen na verloop van tijd hun werking. Gemiddeld gaat een cel een jaar of vijf mee. Bij hard water of achterstallig onderhoud kan dat korter zijn, en bij goede verzorging haal je er soms meer uit.
Een nieuwe cel kost afhankelijk van merk en capaciteit al snel een paar honderd euro. Zet je dat bedrag om naar een jaarlijkse reservering, dan zit je op grofweg 60 tot 150 euro per jaar. Het is verstandig om die post gewoon mee te rekenen. Doe je dat niet, dan lijkt je zwembad jarenlang spotgoedkoop en sta je daarna ineens voor een flinke rekening.
pH-verlager, testmateriaal en water bijvullen
Ook een zoutbad heeft producten nodig. Bij zoutelektrolyse loopt de pH langzaam op, dus je gebruikt regelmatig pH-verlager. Daarnaast heb je teststrips of een testset nodig en af en toe iets tegen algen of troebel water. Samen kom je meestal op 50 tot 100 euro per jaar.
Verder verlies je water door verdamping en door het terugspoelen van je filter. Dat vul je aan met leidingwater, en daarmee ben je nog eens een paar tientjes per seizoen kwijt.
Het jaaroverzicht op een rij
Hieronder zie je alle posten bij elkaar, uitgaande van het voorbeeldbad hierboven.
| Kostenpost | Richtbedrag per jaar |
|---|---|
| Zout bijvullen | 10 tot 40 euro |
| Stroom voor de filterpomp | 200 tot 400 euro |
| Stroom voor de zoutcel | 40 tot 110 euro |
| pH-verlager en testmateriaal | 50 tot 100 euro |
| Water bijvullen | 20 tot 40 euro |
| Sparen voor een nieuwe zoutcel | 60 tot 150 euro |
Tel je alles op, dan kom je bij dit voorbeeld uit op ongeveer 400 tot 850 euro per jaar. Een groot verschil, maar dat komt doordat de ene pomp veel zuiniger is dan de andere en doordat niet iedereen zijn bad even lang openhoudt. Verwarming zit in dit overzicht nog niet.
Verwarming maakt het grootste verschil
Verwarm je het water, dan is dat vrijwel altijd je grootste kostenpost. Een warmtepomp kan er per seizoen honderden euro’s bij optellen, zeker als je vroeg in het voorjaar begint en tot laat in het najaar doorgaat. Dat staat overigens los van je keuze voor zout of chloor, want die kosten heb je bij elk verwarmd zwembad.
Een goede afdekking is hier de beste investering. Die houdt warmte binnen, beperkt verdamping en zorgt ervoor dat er minder blad en vuil in je water komt. Daarmee bespaar je op stroom, op water en op producten tegelijk.
Bij de aanleg leg je je jaarlijkse kosten al grotendeels vast
Moet je zwembad nog aangelegd worden, dan valt daar de meeste winst te halen. Korte en ruime leidingen zorgen voor minder weerstand, waardoor je pomp lichter werkt en minder stroom vraagt. Een technische ruimte dicht bij het bad scheelt in dezelfde hoek. Verder is het slim om meteen te kiezen voor een pomp met variabel toerental en om voldoende ruimte vrij te houden rond de installatie, zodat je later makkelijk bij de cel en de filter kunt. Wie dat zelf aanpakt, vindt online veel praktische uitleg over bouwen en verbouwen.
Is zoutwater goedkoper dan chloor?
In het gebruik meestal wel, maar het verschil is kleiner dan vaak wordt gedacht. Bij een klassiek chloorbad ben je per seizoen ongeveer 100 tot 250 euro kwijt aan tabletten, pH-producten en middelen tegen algen. Bij een zoutbad ruil je dat in voor goedkoop zout, maar je krijgt er stroom voor de cel en een reservering voor een nieuwe cel voor terug.
Onder de streep ontlopen de twee elkaar dus niet extreem veel. Daar komt bij dat de aanschaf van een zoutsysteem een flinke investering is die je niet in één seizoen terugverdient. Kies je voor zout, doe dat dan vooral om het gemak en om hoe het water aanvoelt. De besparing is een prettige bijkomstigheid en niet de hoofdreden.
Zo houd je de jaarlijkse kosten laag
De grootste besparing zit in stroom. Laat je pomp niet langer draaien dan nodig en verdeel de draaitijd over de dag in plaats van er één lang blok van te maken. Houd de zoutcel schoon, want een cel met kalkaanslag werkt harder, maakt minder chloor en gaat korter mee. Houd daarnaast de pH goed bij, zodat je chloor doet wat het moet doen en je niet met extra producten hoeft te corrigeren.
Ook aan de inkoopkant valt winst te halen. Zout in grotere zakken of op pallet is per kilo goedkoper, en omdat het jarenlang goed blijft, kun je prima een voorraad aanleggen als je droog kunt opslaan.
Kort samengevat
Reken voor een gemiddeld privézwembad met zoutelektrolyse op ongeveer 400 tot 850 euro per jaar, exclusief verwarming. Het zout is daarin de kleinste post, de stroom voor je pomp de grootste, en de vervanging van de zoutcel de post die het vaakst wordt vergeten. Weet je dat vooraf, dan komt de rekening later nooit als een verrassing.
